Afbeelding16.jpg

De bewerking die BarokOpera Amsterdam in de theaters brengt van Mozarts Don Giovanni is interessant door het concept en de achtergronden, maar vooral erg innemend als voorstelling. Laagdrempelig voor beginnende liefhebbers en aanbevolen voor kenners, die nieuw licht zien
Wie in de operawereld rondloopt, stuit onvermijdelijk op Don Giovanni. De opera van Mozart wordt overal ter wereld opgevoerd, vrijwel altijd in de versie van Mozart zelf op tekst van da Ponte. Dit seizoen staat er in Nederland nog een serie op de planning van De Nationale Opera en as we speak wordt er bij de Dutch Nationale Opera Academy gewerkt aan een productie met jonge talenten. Don Giovanni leeft, in het Italiaans, ongecensureerd.
Maar gisteravond was er in de Haagse Koninklijke Schouwburg een Don Giovanni die weer Don Juan heette en die een wat braver leven leidde dan de held bij Mozart. Deze veroverde in Spanje geen 1003 dames maar ‘slechts’ 200. Het waren aanpassingen aan het origineel die Christian Kalkbrenner, koorleider van de Parijse Opéra, in 1805 maakte. Don Giovanni ontdaan van alle revolutionaire kenmerken, dat was de politieke cultuur van die tijd, die ook tot Den Haag doordrong.
Precies tweehonderd jaar geleden repeteerde een gezelschap die Franstalige Kalkbrenner-versie in het Haagse theater voor opvoeringen op 7 en 22 december 1815. Ze konden kiezen uit twee Franse bewerkingen, de brave door Kalkbrenner en een veel minder ingrijpende verbouwing door Castil-Blaze. De discussies over die twee versies tussen de zangers en de strenge regisseur lopen als een van de rode draden door Don Giovanni, anno 1815 dat zich in de vorm van een repetitie voor het publiek van 2015 ontvouwt.
Er zitten nog heel wat meer verhalen en ideeën achter deze nieuwe voorstelling – uitgebreid geresearched door de makers – en het leuke is dat die geen moment in de weg zitten. Sterker nog: wat in de eerste paar minuten – met veel informatie in de boventiteling – lijkt op een avondje ‘informatief’ verandert al heel snel in een avondje puur muzikaal en theatraal feest.
Don Giovanni in het Frans, dan klinken al die bekende aria’s meteen lekker anders-dan-anders en in de combinatie van de zangers met het orkest blijkt dat heel goed te lukken. De Beaujolais primeur is een paar weken eerder in ons land aangekomen in de persoon van Anne Rodier. Ze brengt alle vrouwelijke hoofdfiguren in de opera tot leven, bespeelt het publiek met licht rebelse teksten over de positie van de vrouw en behandelt de heren op het podium die allemaal wat van haar willen met gracieus tegenspel. Ze zingt uitstekend en acteert met groot gemak.
Haar tegenspelers, alle drie van Nederlandse bodem, doen overigens niet voor haar onder. Er wordt veel van hen gevraagd: zingen en spelen in het Frans, flink wat beweging en dialogen in het Nederlands, altijd lastig. BarokOpera Amsterdam oud-gediende bariton Pieter Hendriks is als Leporello/Sganarelle (zo heet hij bij Kalkbrenner) echt grappig, ook in de Nederlandstalige dialogen.
Bariton Wiebe-Pier Cnossen (Don Giovanni/Don Juan) en Jean-Léon Klostermann (Theaterdirecteur/Don Ottavio) hebben niet alleen veel zang-ervaring maar stonden ook heel vaak in producties die ergens op de Nederlandse klei of hei werden opgevoerd. Die basis is merkbaar in hun vlotte spel en betrouwbare zang.
Cnossen weet vanonder een wat hysterische pruik voortdurend het evenwicht te bewaren tussen geestig en kluchtig en zingt zijn aria’s perfect. Tenor Jean-Léon Klostermann acteert de theaterdirecteur zeer geloofwaardig en kan nu als een van de weinigen in zijn fach de rol van de Commandeur op zijn cv zetten. Hij doet dat overigens indrukwekkend. De slotscene kreeg met veel rook, licht en dus een tenor als Commendatore een vormgeving waar andere regisseurs nog wat van kunnen leren.
De zangers zijn zeer gedetailleerd en fantasievol geregisseerd door Nynke van den Bergh, die eerder voorstellingen maakte voor onder meer Opera Zuid en vorig jaar een prima Carmen in Haarlem op de planken bracht. Haar grote verdienste in deze regie is dat ze de uitgebreide hoeveelheid achtergrond in deze voorstelling – zie het interview met Frédérique Chauvet eerder deze week op Place de l’Opera – uiterst vaardig tot een onderhoudende, logische en goedlopende voorstelling wist te maken. Ze laat haar zangers snelle dialogen brengen, waarbij ze voortdurend in beweging zijn, pratend en soms om de decorstukken (die origineel waren uitgevoerd in dik vilt maar wat wiebelig op hun wieltjes stonden) te verplaatsen.
Deze Don Giovanni, anno 1815 is leuk voor nieuwe operabezoekers maar zeker ook voor ervaren liefhebbers die de ‘catalogusaria’, waarin Leporello de veroveringen van zijn baas opsomt, zelden zo geestig en geraffineerd zullen hebben gezien.
In de orkestbak heerst Frédérique Chauvet en dat is te horen. De geboren Française moet het enorm naar haar zin hebben in deze Franse bewerkingen van Mozart. Waar ze normaal de voorstellingen met een kleine ensemble begeleidt, zitten er nu zo’n twintig musici in het orkest. Chauvet laat – we waren het door de trend dat authentiek en romantisch wat tegen elkaar aan zijn gaan schuren bijna vergeten – horen hoe authentiek op periode-instrumenten kan klinken. Het piept en schuurt verrukkelijk in de bak, wie gewend is aan de brave, romige klanken van veel andere opera-orkesten moet het gehoorapparaat even bijstellen.
Don Giovanni, anno 1815 is een muzikaal en theatraal feest voor velen, met als grote verdienste dat de voorstelling vol zit met grappige, interessante en historische feiten en vondsten maar dat die nooit het innemende, theatrale karakter van deze productie in de weg zitten.
door Francois van den Anker